|
|
Houten of traditionele dakkapellen...
Bron o.a. © Centrum Hout
Opbouw, detaillering en tips:
Het plaatsen van een dakkapel biedt voor de gebruiker diverse voordelen, zoals meer lichtinval
en een grotere gebruiksruimte. Dakkapellen kunnen prefab worden aangeleverd of ter plaatse
worden vervaardigd. Voor traditionele dakkapellen wordt bijna altijd hout gebruikt. Alhoewel
een dakkapel meestal een vrij eenvoudig bouwwerk is, eist de detaillering toch veel aandacht.
Op deze pagina leest en ziet u hoe u het beste een dakkapel kunt opbouwen.

Opbouw dakkapel
Ter plaatse opgebouwde dakkapellen bestaan meestal uit een houten draagconstructie en een
houten kozijn. De buitenzijde wordt bekleed met een houten of kunststof bekledingsmateriaal.
De zijwanden en het dak worden geïsoleerd, meestal met minerale wol. Minerale wol is
namelijk onbrandbaar en samendrukbaar. Het laat zich daardoor eenvoudig tussen de stijlen en
dakliggers drukken. Voordeel is ook dat de kans op openstaande naden veel kleiner is dan bij
harde isolatieplaten.
Overigens kunt u de dakisolatie ook boven het dakbeschot aanbrengen,
maar dan hebt u harde isolatieplaten nodig. Daarop komt dan een bitumineuze of kunststof
dakbedekking, daktrim en hemelwaterafvoer. U moet er wel aan denken dat er voldoende
daglicht moet binnenkomen. De eis in het Bouwbesluit is dat de daglichtopening 10% van het
vloeroppervlak moet zijn, met een minimum van 0,5 m2. Bovendien kan het voorkomen dat
mensen door het raam moeten kunnen vluchten. In dat geval mag het beweegbare deel niet
meer dan 1,00 m boven de vloer liggen. De afmetingen van het beweegbare deel moeten
minimaal 0,5 x 0,8 m (b x h) zijn.
Wel of geen Bouwvergunning?
Voordat u begint met het plaatsen van een dakkapel moet u natuurlijk weten of er een bouwvergunning aangevraagd moet worden. Voor nieuwbouw heeft u altijd een vergunning nodig. Bij een verbouwing bent u echter bouwvergunningsvrij of hebt u een lichte vergunningsplicht (zie tabel). De gemeente toetst het plan dan aan het bestemmingsplan, de welstandseisen, het monumentenvergunningsvereiste, de stedenbouwkundige voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening en de eisen van constructieve veiligheid uit het Bouwbesluit.
 |
|
stap 1 - Maken daksparing
Het is aan te bevelen de breedte van de
dakkapel af te stemmen op de panbreedte,
zodat de pannen goed zijn aan te sluiten op
de zijwanden. De hoogte is minder kritisch,
doordat de variaties in panlengten meestal
zijn op te vangen door de afmetingen van het
onderste gootstuk en/of de loodslabbe. Het
meest kritische deel bij de vervaardiging van
een dakkapel is het maken van de sparing in
het dak. Bij een hoogte groter dan de
gordingafstand moet de gording worden
onderbroken. De onderbroken gordingeinden
moet u door ‘slapers’ zorgvuldig met
boven- en onderliggende gordingen
verbinden (raveelconstructie). |
 |
|
stap 2 - Plaatsen draagconstructie
Het is belangrijk, naast de doorbuiging van
diverse balken, ook rekening te houden met
de stabiliteit en afschuifspanningen in de
totale dakconstructie. De koppeling van het
platte dak van de dakkapel aan de gording in
het dak zal meestal met balkankers plaatsvinden, of aan een extra aangebrachte
gording. Aan de kozijnzijde wordt meestal gekozen voor een dragend kozijn, met daaronder een knieschot. De balklaag wordt op het kozijn opgelegd of steekt er overheen. Om voldoende weerstand tegen opwaaien te
bieden, gebruikt men vaak hoekgrijpankers. |
 |
|
stap 3 - Afwerking buitenzijde
Nadat kozijn, stijlen en dakliggers zijn geplaatst, kan de buitenzijde worden
afgewerkt. Het verdient de voorkeur dit
eerst te doen, zodat het dak weer snel winden
waterdicht is. Op de dakliggers komt het
dakbeschot (OSB of triplex). Zorg ervoor
dat de dakbedekking minimaal 30 mm hoger
dan de dakrand wordt opgezet onder de
pannen. De pannen moeten minstens 15 mm
hoger zitten dan de dakrand van de dakkapel.
Zorg voor voldoende afschot (16 mm/m)
en pas ook altijd een spuwer toe, zodat bij
eventuele verstopping het water toch
wordt afgevoerd. |
Wandafwerking buitenzijde
Bij het isoleren van een dakkapel moet wel een aantal zaken in acht worden genomen.
Zo moet er tussen de isolatie en de gevelbekleding een spouw resteren van ongeveer 25 tot 30 mm door op de stijlen nog regels aan te brengen. Alvorens die regels aan te brengen, wordt er eerst een waterwerende en dampdoorlatende folie tegen de buitenzijde van de stijlen bevestigd.
Deze folie voorkomt dat regenwater in de isolatie terechtkomt en zorgt er tegelijkertijd voor dat vocht van binnenuit naar buiten kan verdampen. De folie loopt door over het dakbeschot, zodat er geen naden resteren. Overlappen moet u afplakken. De houten regels in de spouw moet u overigens wel afwerken (laagdikte 80 mu), of anders hout gebruiken van duurzaamheidsklasse 1, 2 of 3 dan wel verduurzaamd hout. De vochtigheid in de spouw is namelijk meestal hoog en u kunt er later niet meer bij voor onderhoud.
 |
|
stap 4 - Afwerking binnenzijde
Het aanbrengen van isolatie tussen dakplaat
en dakbedekking heeft bouwfysisch de
voorkeur. Deze constructie heeft als voordeel
dat het dauwpunt in de isolatie ligt, op een
plaats waar geen condensvocht kan ontstaan.
Indien u toch de isolatie aan de onderzijde
van het dakbeschot wilt aanbrengen (kouddakconstructie),
dan moet u de isolatie aan
de binnenzijde wel zeer zorgvuldig voorzien
van een dampremmende folie. Hierdoor
voorkomt u dat woonvocht in de isolatie
condenseert. Luchtlekken moeten worden
voorkomen door overlappen, nietgaten,
beëindigingen en door doorvoeringen af
te plakken of af te kitten. |
Voorkom vochtinsluiting tijdens de uitvoeringsfase. Zorg ook, net zoals bij de wanden, voor een
spouw boven de dakisolatie. Ten behoeve van ventilatie van de binnenruimte kunt u een ventilatierooster in de beglazing opnemen. Als dit om esthetische redenen niet gewenst is, kunt u ook gebruikmaken van een wang- of dakdemper. Deze zijn nauwelijks zichtbaar.
Volledige doorsnede houten dakkappel
 |